Zoals het woord het zelf zegt is improvisatietheater een vorm van theater die geïmproviseerd wordt.

Improvisatietheater is zo oud als theater zelf, misschien zelfs nog ouder. Door de geschiedenis heen vinden we ook echt gecultiveerd improvisatietheater, zoals bij de Commedia dell’arte, waar een vaste verzameling personages met een traditioneel bepaald karakter vrijelijk improviseerde op de grote lijnen die in een summier scenario waren vastgelegd. Een aantal belangrijke grondleggers van het hedendaagse improvisatietheater zijn Keith Johnstone als het gaat om korte vormen (waaronder theatersport), Del Close als het gaat om lange vormen en Viola Spolin.

Shortform

De populaire ‘shortform’ bestaat uit korte scènes met een afgesproken spelvorm, structuur of idee, aangevuld door suggesties uit het publiek. De nadruk ligt vaak op het zo snel mogelijk bouwen van een verhaal.
Vele korte vormen zijn ontwikkeld door Keith Johnstone en Viola Spolin en er bestaan verschillende scholen en formats. Tussen de afgelijnde formats door staan de invallen en plotwisselingen ter wille van de levendigheid centraal.

Markant is dat een aantal formules door sportdisciplines zijn geïnspireerd: theatersport. De in Franstalige gebieden gespeelde vorm van theatersport, Le Match d’Improvisation is zelfs een soort theatrale vertaling van een ijshockeymatch, met een speelvlak in de vorm van een (kleine) ijshockeyring, gekleurde hockeyshirts met nummers voor de teams, en een wit-zwart gestreepte trui voor de scheidsrechter. Het competitieve element dat in deze ‘sport’vormen naar voren komt, is vooral bedoeld om het publiek te amuseren. Competitiviteit tussen spelers werkt juist averechts voor de kwaliteit van de improvisatie. ‘Tegenstanders’ zullen in goede improvisatiematches dan ook regelmatig elkaar te hulp schieten om scènes te verrijken of te redden.
Opvallend is dat de meeste vormen die gespeeld worden bij shortform ooit zijn bedacht als oefening om improvisatievaardigheden aan te leren voor lange vormen, maar bleken genoeg amusementswaarde te hebben om ze ook voor publiek uit te voeren.

Longform

Bij longform creëren acteurs een voorstelling waarin scènes vaak met elkaar verweven zijn door middel van het verhaal, de personages of thema’s. Dit type voorstelling neemt vaak de vorm aan van een bestaande type theater, zoals een avondvullende theatervoorstelling of een musical. De meest bekende (en waarschijnlijk ook eerste) lange vorm is de Harold., ontwikkeld door Del Close.

en Swaajp?

Bij Swaajp ligt de focus vooral op longform: verhalen vertellen die het publiek inspireert. Wij trainen op verschillende longform formats waarbij personages, relaties en locaties belangrijk zijn.
Hierbij is nog belangrijker het inspelen op elkaar als groep, een goede verhaal opbouw verzorgen met de nodige plot(s) en een duidelijk begin, midden en slot. Kortom, alles voor een mooie theatrale geïmproviseerde voorstelling.

Natuurlijk trainen wij bij Swaajp ook uitgebreid op shortform, in het bijzonder theatersport en de nodige improvisatie games. Dit zit bij elke swaajp-speler als competenti in zijn of haar impro-pallet.

X